Wmo 2015: tien misverstanden

Per 1 januari 2015 geldt de Wmo 2015. Mensen die voorheen zorg en ondersteuning kregen vanuit de AWBZ zijn nu overgegaan naar de gemeente. Dat roept veel vragen op. En het zorgt ook voor misverstanden. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) geeft antwoord op tien misverstanden:

1. Als ik veel inkomen of vermogen heb, krijg ik geen maatschappelijke ondersteuning

Gemeenten mogen u geen ondersteuning weigeren. Dus ook niet omdat u een hoog inkomen of veel vermogen heeft. Gemeenten mogen wel een hogere eigen bijdrage vragen aan iemand met meer inkomen of vermogen. Maar nooit hoger dan de eigen bijdrage volgens het uitvoeringsbesluit Wmo. In het uitvoeringsbesluit staan regels voor de eigen bijdrage. Die regels gelden voor alle gemeenten. Gemeenten mogen wel en lagere bijdrage vragen, maar geen hogere. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de leeftijd en de gezinssamenstelling. Het CAK int de eigen bijdrage (het CAK heeft een rekenprogramma waarmee u de hoogte van uw eigen bijdrage kunt berekenen).

2. Kinderen, vrienden en buren worden verplicht mij te helpen

De Wmo 2015 stelt hulp door kinderen, vrienden of buren niet verplicht. Ze zijn dus nooit verplicht om te helpen. Gemeenten mogen wel onderzoeken of mensen uit uw sociale netwerk kunnen helpen. De gemeente kan ook rekening houden met deze hulp als ze u een aanbod doet. Er is geen verplichting voor mantelzorg maar wel voor gebruikelijke zorg. Als een echtpaar huishoudelijke zorg aanvraagt omdat de vrouw ziek is, maar de man is gezond van lijf & leden dan is het gebruikelijk dat de man het huishouden doet en komt er dus geen huishoudelijke hulp via de Wmo. In het gesprek dat de gemeente met u voert (het keukentafelgesprek) moet de gemeente wel vragen of uw mantelzorger hulp nodig heeft.

3. Ik verlies mijn rechtszekerheid en word overgeleverd aan de willekeur van gemeenten

De Wmo 2015 biedt wel rechtszekerheid en beschermt tegen willekeur van gemeenten. Als u zich meldt met een vraag om hulp, dan moet de gemeente uw persoonlijke situatie onderzoeken. De gemeente gaat met u en uw eventuele mantelzorger in gesprek. Een gratis cliëntondersteuner kan u helpen in dit gesprek. Blijkt uit dit onderzoek dat u niet kunt meedoen in de samenleving of niet zelfredzaam bent? Ook niet met hulp van uw netwerk of algemene voorzieningen? Dan moet de gemeente een maatwerkvoorziening aanbieden.

Algemene voorzieningen zijn er voor alle burgers: een koffieochtend in het buurthuis, de boodschappenbus of de maaltijdservice. Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening: een woningaanpassing of specialistische dagbesteding. Als u de maatwerkvoorziening niet passend vindt, kunt u bezwaar aantekenen bij de gemeente. En daarna eventueel naar de rechter gaan.

4. Als het geld bij de gemeente op is, krijg ik geen ondersteuning meer

In de wet staat dat de gemeente maatschappelijke ondersteuning moet bieden als iemand niet zelf of met hulp van zijn netwerk kan meedoen in de samenleving of zelfredzaam kan zijn. Gemeenten moeten altijd aan deze wettelijke plicht voldoen. Ook als het geld op is.

5. Mijn gespecialiseerde dagbesteding wordt wegbezuinigd en de gemeente zal mij afschepen met een algemene voorziening, zoals een activiteit in het buurthuis

Gemeenten moeten passende ondersteuning bieden aan mensen als ze niet zelf of met hulp van hun netwerk kunnen meedoen of zelfredzaam kunnen zijn. Voor sommige mensen is een activiteit in het buurthuis passend. Bijvoorbeeld een koffieochtend bezoeken om eenzaamheid te voorkomen. Voor andere mensen is gespecialiseerde dagbesteding nodig. Bijvoorbeeld om te leren hoe ze structuur aanbrengen in hun dag. In dat geval moeten gemeenten gespecialiseerde dagbesteding aanbieden. Uit het onderzoek dat de gemeente doet, blijkt welke ondersteuning passend voor u passend is.

6. Gemeenteambtenaren hebben te weinig kennis van de zorg om te bepalen wat ik nodig heb

Gemeenten hoeven het onderzoek naar uw persoonlijke situatie niet zelf uit te voeren. Ze kunnen dit uitbesteden aan een andere organisatie. Vaak zijn dit externe organisaties die ervaring hebben met zulke onderzoeken. Ook willen veel gemeenten gaan werken met sociale wijkteams. Dan doen professionals uit het sociale wijkteam het onderzoek. Gemeenten kunnen de onderzoeken ook zelf uitvoeren. Dan moet de gemeente mensen opleiden of in dienst nemen, zodat er voldoende kennis is om goed onderzoek te doen.

7. Ik zal moeten vertrekken uit mijn verzorgingstehuis en weer zelfstandig thuis moeten gaan wonen

Als u nu al in een verzorgingshuis woont, dan mag u daar blijven wonen. U wordt niet gedwongen om weer zelfstandig thuis te gaan wonen. U houdt het recht op een plaats in een instelling. U moet misschien wel verhuizen naar een ander verzorgingshuis, omdat uw eigen verzorgingshuis gaat sluiten. Bijvoorbeeld omdat er te weinig mensen wonen of omdat het gebouw te oud is. Vanaf 2015 worden de voorwaarden voor wonen in een instelling strenger. Die voorwaarden gelden dan voor nieuwe cliënten.

8. Het is afhankelijk van de goede bui van de Wmo-consulent of ik de hulp krijg die ik nodig heb.

Gemeenten moeten passende ondersteuning bieden aan mensen die niet zelf of met hulp van hun netwerk kunnen meedoen of zelfredzaam zijn. De bui van de Wmo-consulent mag geen invloed hebben op deze wettelijke taak. Daarom staan in de wet regels hoe de gemeent u en uw aanvraag moeten behandelen, bijvoorbeeld hoe gemeenten uw persoonlijke situatie moet onderzoeken. En dat u zich kunt laten helpen door een cliëntondersteuner. En dat u bezwaar en beroep kunt aantekenen als u het aanbod van de gemeente niet passend vindt.

9. De gemeente mag mijn persoonsgebonden budget (Pgb) afnemen.

Na onderzoek kunnen gemeente u een maatwerkvoorziening aanbieden. Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening, zoals een woningaanpassing of specialistische dagbesteding. Als u een maatwerkvoorziening krijgt, dan kunt u kiezen voor een persoonsgebonden budget (Pgb). Maar alleen als u voldoet aan twee voorwaarden: u moet uw Pgb goed kunnen beheren en u moet met het Pgb veilige en goede ondersteuning inkopen. Als u niet kunt voldoen aan deze voorwaarden, dan kan de gemeente uw Pgb afnemen of niet toekennen.

10. Gemeenten krijgen de beschikking over mijn medische dossier.

Gemeenten krijgen geen medische dossiers te zien. De gemeente mag bijvoorbeeld alleen weten dat iemand nu een indicatie heeft voor de AWBZ (straks nieuwe Wet langdurige zorg). De gemeente krijgt niet te zien wat er in het dossier staat. De gemeente mag alleen gegevens bekijken als u daar toestemming voor geeft. En alleen als het voor uw aanvraag voor hulp belangrijk is. Bovendien hebben alle artsen, ook de huisarts, een medisch beroepsgeheim.

Bron: Ministerie van VWS

 

Lees meer over Wmo 2015